Panasonic heeft meer dan 320.000 werknemers en vestigingen in ongeveer elk land ter wereld - het is dus een globaal bedrijf in elke betekenis van het woord. Panasonic neemt zijn verantwoordelijkheden als belangrijke producent ernstig en levert vooral inspanningen om zijn impact op het milieu te minimaliseren. Daarom heeft Panasonic een milieubeleid ontwikkeld, "Green Plan 2010" genoemd, waarmee evenveel rekening wordt gehouden als met de beleids- en groeistrategieën. In dit artikel nemen we een aantal van de bedrijfsactiviteiten van Panasonic wat betreft het behoud van de planeet onder de loep.
Green Plan 2010 vormt de kern van de activiteiten van het bedrijf en, onder het motto dat als een doel niet meetbaar is, het niet kan worden behaald, bepaalt het Green Plan 2010 duidelijk belangrijke prestatiedoelen voor het bedrijf die het moet behalen tegen belastingjaar 2011, onderverdeeld in het verminderen van de impact op het milieu van fabrieken, producten en huisgezinnen:
(1) Ervoor zorgen dat elke fabriek een "schone fabriek" is
In belastingjaar 2006 introduceerde Panasonic een intern certificatiesysteem voor schone fabrieken om "schone fabrieken" te belonen, die hun totale impact op het milieu in hun productieproces verminderen. Naast de zichtbaarheid van milieuvriendelijk beleid in alle fabrieken te verhogen, promoot het ook milieuvriendelijke managementinitiatieven ontstaan in de landen en lokale regio's waar zich fabrieken bevinden. De reusachtige fabriek voor plasmatelevisies in Amagasaki, Japan beperkt niet alleen zijn impact op het milieu door een verbeterde productiviteit, maar ook door verschillende initiatieven zoals de fotokatalytische coating van buitenmuren en het hergebruik van regenwater. Tegen belastingjaar 2011 wil Panasonic het aantal fabrieken wereldwijd die voldoen aan de interne norm voor schone fabrieken verhogen tot 90 % of meer.
(2) Ervoor zorgen dat elk product een "groen product" is
Panasonic hecht veel belang aan het stoppen van het gebruik van gevaarlijke materialen en wil dat alle producten van het bedrijf hieraan voldoen in de nabije toekomst. Het bedrijf kwalificeert zijn producten en diensten die voldoen aan de milieucriteria als "groene producten", op basis van interne normen voor de uitstoot van broeikasgassen, verstandig gebruik van grondstoffen en verminderd gebruik van gevaarlijke chemische stoffen. Het globale productietempo meet het totale aantal groene producten dat wordt geproduceerd door Panasonic-fabrieken als een verhouding tot alle producten die dat jaar werden ontwikkeld. Panasonic wil deze hoeveelheid verhogen tot maar liefst 90 % tegen belastingjaar 2011 en tegelijkertijd de accreditatiestandaarden geleidelijk aan verhogen.
(3) "Waarde voor een nieuwe levensstijl creëren"
Via het golfeffect dat door de maatschappij loopt wanneer bedrijven producten produceren volgens maatregelen zoals hierboven, hoopt Panasonic dat het kan bijdragen om nieuwe "waarde" voor gemeenschappen te creëren. Om een concreet, eenvoudig model te creëren van wat Panasonic hiermee bedoeld, heeft het bedrijf het "Eco & UD Model House" gebouwd in het Panasonic Center in Tokio. Het Eco & UD House biedt een comfortabele en rijke leefomgeving gebaseerd op de concepten van ecologisch (samenleven met het milieu) en universeel ontwerp (gebruiksvriendelijke leefomgevingen voor meer mensen). Nog een concreet voorbeeld is Panasonics ontwikkelingen van brandstofcellen voor thuisgebruik. Al in februari 2005 lanceerde Panasonic 's werelds eerste cogeneratiesysteem voor brandstofcellen voor thuisgebruik in samenwerking met Tokyo Gas Co., Ltd. De eerste eenheid voor commercieel gebruik was een groot succes en er werd er zelfs een geïnstalleerd in de nieuwe officiële ambtswoning van de eerste minister van Japan. Op deze en andere manieren blijft Panasonic de standaard bepalen om huisgezinnen te helpen hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Het doel van Panasonic is huisgezinnen te helpen de Green House Gas Factor 5 te realiseren tegen belastingjaar 2011. Wat betreft het belangrijke thema van recyclage, richtte Panasonic al in april 2000 het Matsushita Eco Technology Center (METEC) op, een experimentele recyclagefabriek voor toestellen in Japan waar producten zoals televisies, wasmachines, airconditioners en koelkasten kunnen worden gerecycled tot nieuwe producten. Het werk bij METEC is onderverdeeld in de eigenlijke recyclage van de bovenstaande producten en R&D die leidt tot het ontwerp van nieuwe producten die eenvoudiger kunnen worden gerecycled.
Omdat Panasonic evenveel belang hecht aan het bereiken van deze groene doelen als andere bedrijfsdoelstellingen, heeft de directie een werkcommissie opgericht en regelmatige controles opgelegd. Om de vooruitgang te meten, komt de werkcommissie voor milieu van Panasonic drie keer per jaar samen. De eerste commissievergadering vindt elk jaar plaats in februari en de resultaten van deze vergadering worden gecommuniceerd aan alle werknemers. Elke bedrijfsgroep formuleert dan driejaarlijkse accreditatieplannen voor de ontwikkeling van groene producten en schone fabrieken waartegen de vooruitgang kan worden gemeten. In juni bespreekt de werkcommissie de resultaten van het vorige belastingjaar. Activiteitsplannen voor het huidige belastingjaar worden herzien of aangevuld indien nodig. Om zelfingenomenheid te voorkomen, nodigt Panasonic experts op milieuvlak uit om presentaties aan managers te geven. Deze kans om naar de visie van onafhankelijke professionals te luisteren helpt om gestaag vooruitgang te boeken om de milieudoelstellingen van het bedrijf te behalen. In oktober nemen vertegenwoordigers van managementoperaties op milieuvlak van elke globale regio deel aan de volgende commissievergadering. Naast het bespreken van de vooruitgang is deze vergadering een forum voor het delen van case studies en beste praktijken wereldwijd met als doel een hogere algemene standaard voor activiteiten. De vergadering bestudeert ook milieuvriendelijk bedrijfsbeleid en kernactiviteiten voor het volgende belastingjaar. Dit systeem van drie vergaderingen per jaar door de werkcommissie voor milieu is een krachtig middel om de doelstellingen van het Green Plan 2010 te bereiken.